1 min read

5. Wiebelbeestjes

Ik weet eigenlijk niet zo goed hoe ze heten. Je hebt ze ook in verschillende vormen, en ik vind ze allemaal leuk. In het Book of Delights van Ross Gay, waar het idee om stukjes te schrijven over waar ik blij van word vandaan komt, gaat één essay over wobbly heads. Speelgoed, meestal beesten, waarbij het hoofd vastzit met een veer. Bij de kleinste aanraking, of zelfs van een zucht wind, begint het hoofd te bewegen en duurt het een hele tijd voordat het stopt. Niet alleen Ross Gay wordt daar blij van. Ik ook. En zijn essay erover maakte me ook blij. Ik denk zelfs dat ik geen blije stukjes was gaan schrijven als dat essay niet in zijn boek had gestaan.

Maar wiebelbeestjes komen dus in meer vormen. In het tuincentrum kwam ik zo'n andere vorm wiebelbeestje tegen. Of eigenlijk wiebelbeest, want de vorm daar was een stuk groter dan de wobbly heads die je meestal tegenkomt. In plaats van dat de kop vastzit met een veer, zat bij deze het lijf aan de poten vast met een veer. Het effect is vergelijkbaar, al beweegt nu het hele lijf op de poten, in plaats van alleen de kop. De vleugels zitten ook weer met veertjes vast op het lijf (een zin die me ook weer blij maakt vanwege de ontzettend passende ambiguïteit van "veertjes"), waardoor die in hun eigen ritme meebewegen met het geheel.

Om de blijdschap nog wat te vergroten vraagt m'n vriend na het eten: "waarom staat er een toekan in de kas?"