4. Kijken naar hardlopen
Groet uit Schoorl. De wedstrijd waar ik zelf meestal geblesseerd ben. Inmiddels kan ik me aardig over de frustratie en teleurstelling heen zetten, en sta, bij goed weer, aan de kant als toeschouwer. Dat ik me niet meer inschrijf en daardoor ook niet als sponsor sta te kijken naar hoe andere mensen wél kunnen lopen zal waarschijnlijk wel helpen. Dat ik dit jaar niet heel erg geblesseerd ben, maar vooral niet in vorm door algemeen gekwakkel, maar wel gewoon kan lopen ook.
Voor het kijken naar Groet uit Schoorl was mijn timing perfect. Ik parkeerde mijn fiets en precies op dat moment kwamen de elite dames aangerend. Ik stond op het punt waar ze er bijna 8km op hadden zitten, dus dan begint het altijd wel een beetje pijn te doen. Bij mij in ieder geval wel (al 3 kilometer). Ik geloof niet dat ik dan nog met de souplesse loop waarmee zij nog lopen. Het ziet er zo mooi en snel uit. De eerste dame finishte in 31:18, een moordend tempo op de 10km. Ze zijn dan ook in een flits voorbij, dus heel lang kun je er niet naar kijken. De mannen startten 10 minuten later, en kwamen nóg sneller voorbij.
Na de elite komen de "gewone" wedstrijdlopers. Hoe mooi ik het ook vind om naar de elite te kijken, ik kijk liever naar de rest van de deelnemers. Waar de elite grotendeels heel mooi loopt, het ziet er zelfs bijna makkelijk uit, is er bij de rest veel meer variatie. De een loopt nog soepel, maar de ander heeft het duidelijk zwaar en moet nog ruim 2km afzien. Verbeten gezichten, af en toe komt er iemand hijgend voorbij en niet zelden denk ik aan Monty Python's Ministry of Silly Walks. En ik sta lekker in de zon toe te kijken.
Toch is het geen leedvermaak. Denk ik. Mensen staan klappend aan de kant en roepen bemoedigende woorden. Ik doe dat ook, maar eigenlijk alleen naar de mensen die ik ken. Want daar kom ik toch nog meer voor dan om naar loopjes te kijken: bekenden aanmoedigen. Bij sommigen vraag ik me af of ze daar wel op zitten te wachten, of dat ik alleen maar hun focus verstoor. Van anderen krijg ik later wel te horen dat ze blij waren met mijn aanmoedigingen, juist op dat laatste stuk. Uiteindelijk stond ik lekker met mijn zonnebril op in de zon, uit de wind, af en toe naar willekeurige mensen te schreeuwen. Er zijn momenten waarop dat minder gepast is.